Elke advocaat die een AI-tool evalueert stelt uiteindelijk dezelfde vraag: meestal net iets te laat: als ik dit dossier erin laad, waar gaat het dan eigenlijk naartoe?
Het is de juiste vraag. De meeste tools beantwoorden haar slecht, of helemaal niet.
De kern: geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht zijn absoluut
Art. 11a Advocatenwet legt de geheimhoudingsplicht vast. Het verschoningsrecht, de bevoegdheid om tegenover rechter en toezichthouder te zwijgen over wat de cliënt u heeft toevertrouwd, vloeit daaruit voort. Beide zijn niet te reduceren tot een inspanningsverplichting of een clausule in een verwerkersovereenkomst. Schending ervan kan strafrechtelijke gevolgen hebben op grond van art. 272 Sr.
De NOvA-Aanbevelingen voor het gebruik van AI (2025) bevestigen dat vertrouwelijke gegevens uitsluitend verwerkt mogen worden met ofwel sterke contractuele waarborgen ofwel een architectuur waarbij de verwerking binnen het kantoor blijft. Dat is geen vrijblijvend advies; het is een uitwerking van de gedragsregels die voortvloeien uit de Gedragsregels advocatuur en de Verordening op de advocatuur (Voda).
Twee architecturen: één die het verschil maakt
Er bestaan in de kern twee manieren om een AI-tool voor de advocatuur te bouwen.
Bij de eerste verlaat het dossier uw computer. De stukken worden geüpload naar de servers van de aanbieder, daar verwerkt en daar opgeslagen. Uw zeggenschap eindigt op het moment dat u op verzenden klikt.
Bij de tweede blijft het dossier onder uw eigen beheer. Het leeft in een versleutelde kluis die uw kantoor beheert, niet op de servers van de aanbieder. Wanneer u de AI vraagt een stuk op te stellen of te analyseren, wordt uitsluitend de tekst die die ene stap nodig heeft verstuurd. Het toevoegen van een document verstuurt de tekst ervan voor een automatische samenvatting, na de geheimhoudingscontrole. Lezen en bewerken verstuurt niets. Onderweg naar het model kan die tekst via de AI-dienst van de toolaanbieder lopen, maar daar wordt hij niet bewaard.
Het verschil is geen functie. Het is de kern van de vraag of u een vertrouwelijk stuk verantwoord in het systeem kunt laden.
Waar de grens precies ligt
De toets is architecturaal, niet contractueel: moet het vertrouwelijke materiaal uw computer verlaten om de tool te laten werken? Als het antwoord ja is, verandert geen enkele beveiligingstoezegging aan wat u heeft gedaan: u heeft het dossier bekendgemaakt aan een verwerker.
Dat geldt ongeacht de kwaliteit van de verwerkersovereenkomst. Art. 28 AVG stelt eisen aan die overeenkomst, maar de geheimhoudingsplicht van art. 11a Advocatenwet gaat verder: zij beschermt de vertrouwelijkheid van de verhouding met de cliënt als zodanig, niet alleen de persoonsgegevens die daarin voorkomen.
Wat 'onder eigen beheer' in de praktijk betekent
Een tool van dit type bewaart het dossier in een versleutelde kluis die het kantoor beheert: op de computer van de advocaat of op een server van het kantoor zelf. Er bestaat geen databank van dossierbestanden bij de aanbieder die gehackt, opgevraagd of vergeten kan worden te verwijderen.
Vóórdat er iets een AI-model bereikt, loopt in uw browser een controle: een geheimhoudingspoort. Op Nederlandse dossiers blokkeert die poort hard: vertrouwelijk materiaal gaat niet naar de AI zonder uw expliciete vrijgave per stap. Dat is geen waarschuwing die u weg kunt klikken. Het is een technische drempel die de plicht verankert in de architectuur, niet in een beleidsbelofte.
Herkende namen en persoonsgegevens worden bovendien in uw browser door plaatshouders vervangen voordat er iets naar buiten gaat, en aan uw kant hersteld wanneer het antwoord terugkomt: dataminimalisatie zoals art. 5 lid 1 sub c AVG die eist. Dat is pseudonimisering, geen anonimisering: er zijn gedocumenteerde gaten.
De tweede vraag achter de eerste: van wie is de sleutel?
Achter de architectuurvraag schuilt een tweede vraag: via wie loopt de aanroep naar het AI-model?
Als de aanbieder de sleutel beheert, zit de aanbieder in het pad van elke aanroep, handig, maar het betekent dat u afhankelijk bent van de beveiligingsketen van een derde partij. Brengt u uw eigen sleutel mee (BYOK, bring your own key), dan lopen uw aanroepen via het account van uw eigen AI-aanbieder, worden de kosten rechtstreeks bij u in rekening gebracht en staan contract, sleutel en gebruiksoverzicht op uw eigen naam. Voor een kantoor dat de modelrelatie op eigen naam wil voeren, is dat het punt.
Vijf vragen vóór u een dossier inlaadt
Stel deze vragen aan elke tool die u overweegt:
- Waar wordt het dossiermateriaal opgeslagen: in een opslag die ik beheer, of op uw servers?
- Wat vertrekt er precies bij elke AI-stap, via wiens servers loopt het, en bewaart iemand het?
- Kan vertrouwelijk materiaal technisch geblokkeerd worden, of alleen gesignaleerd?
- Wie heeft toegang tot de logbestanden, en kan ik een exporteerbaar auditspoor opvragen?
- Welke persoonsgegevens van mijn cliënt worden vervangen vóórdat de AI ze ziet, en welke niet?
De korte versie: als een tool niet precies kan zeggen wat er vertrekt en wanneer, ga er dan van uit dat alles dat doet, en handel daarnaar.
Dat is de norm waarop wij hebben gebouwd. Niet omdat het het handigst was, maar omdat het de enige architectuur is die een kantoor tegenover de deken, de Autoriteit Persoonsgegevens of een kritische cliënt kan verdedigen.
← Alle artikelen